Kees Bastmeijer woont in Tilburg en is hoogleraar Arctische en Antarctische Studiën aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn verbondenheid met de natuur ontstond al op jonge leeftijd. Als kind bracht hij veel tijd buiten door, een ervaring die zijn latere keuzes blijvend heeft beïnvloed. Na zijn rechtenstudie trad hij in 1989 in dienst bij het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), waar hij onder meer betrokken was bij de ontwikkeling van wetgeving ter bescherming van Antarctica. Sinds zijn overstap naar de universiteit in 1999 richt hij zich op de rol van het recht bij de bescherming van natuurgebieden, in het bijzonder de kwetsbare poolregio's.
Gedurende zijn wetenschappelijke loopbaan zette Bastmeijer zich in om met onderzoek, onderwijs en beleidsadvisering bij te dragen aan een betere bescherming van de natuur. Hoewel hij zag dat wetgeving daadwerkelijk verschil kan maken, ervoer hij ook de grenzen van juridische instrumenten. Vanuit die overtuiging ontwikkelde fotografie zich tot een parallel spoor: een manier om niet alleen via kennis en beleid, maar ook via verwondering en schoonheid mensen te verbinden met de natuurlijke wereld.
Zijn camera voert hem vooral naar de uitgestrekte sneeuw- en ijslandschappen van het Arctisch gebied. Juist onder omstandigheden die door velen als guur of onherbergzaam worden ervaren, vindt Bastmeijer de rust, eenvoud en sfeer die zijn werk kenmerken. De verstilde landschappen en dieren die hij daar ontmoet vormen de basis voor beelden waarin compositie, schoonheid en contemplatie centraal staan.
In zijn fotografie zoekt Bastmeijer naar een beeldtaal waarin de grens tussen fotografie en andere kunstvormen vervaagt. Zijn werken roepen geregeld de indruk op van een schilderij of tekening, waarbij zwart-wit en kleur elkaar vanzelfsprekend afwisselen. Hoewel zijn beelden volledig voortkomen uit digitale fotografie en zonder gebruik van kunstmatige intelligentie worden gemaakt, ziet hij nabewerking als een artistiek middel om de essentie van een scène te versterken. Daarbij blijft hij dicht bij het oorspronkelijke beeld, terwijl het oproepen van verwondering voor hem belangrijker is dan het strikt volgen van de conventies van de natuurfotografie of fotowedstrijden.
Voor Bastmeijer is fotografie meer dan het vastleggen van een landschap of een dier. Hij beschouwt zijn beelden als een venster waardoor de toeschouwer wordt uitgenodigd aandachtiger te kijken, de schoonheid van de natuur te ervaren en stil te staan bij de relatie tussen mens en natuur. Daarmee vormt zijn fotografie een aanvulling op zijn wetenschappelijke werk: waar onderzoek en beleid bijdragen aan natuurbescherming vanuit kennis en regelgeving, wil zijn beeldende werk verwondering oproepen en een diepere verbondenheid met de natuurlijke wereld stimuleren. Zo dragen beide disciplines ieder op hun eigen manier bij aan hetzelfde doel: een grotere waardering voor de kwetsbare poolgebieden en een betere bescherming van de natuur.