Terwijl Hugo Perger in 1864 met zijn fotokist door de straten van Tilburg trok was er een andere fotograaf actief in Oosterhout en Geertruidenberg. Deze fotograaf woonde vanaf 1862 (volgens een adresboek uit dat jaar) in de Heuvelstraat te Tilburg. De jongeman (19 jaar oud) was blijkbaar in de regio geld aan het verdienen om een studio te beginnen in Tilburg.
Karl Christian Festge 7 april 1845 geboren in Thüringen Duitsland.
1864 rondreizend fotograaf in Oosterhout en Geertruidenberg.
1865-1868 een fotoatelier in de Heuvelstraat en de Stationsstraat te Tilburg.

De eerste fotografen uit Tilburg wisten dat adverteren een goed middel was om aandacht van het publiek te krijgen. En Festge deed dat dan ook uitgebreid in het Weekblad van Tilburg. Maar de concurrentie liet niet lang op zich wachten. De eerstvolgende die in februari 1866 aankondigde een fotoatelier te beginnen was Petrus Johannes Cornelisse (1827-?) uit Rotterdam en geboren in Den Bosch.

Zijn atelier was van 9 uur in de ochtend tot 15.00 in de middag voor het publiek geopend. Hij adverteerde met concurrerende prijzen, maar verspreidde ook lasterpraat in de stad om Festge in een kwaad daglicht te zetten. Deze kon niets anders dan daar openlijk op reageren via een ingezonden brief in het Weekblad van Tilburg:
Aan mijne begunstigers !
De heer Cornelisse, photograaf alhier heeft goedgevonden het publiek te waarschuwen dat de photographiën, door hem alhier opgemerkt, teekenen dragen van eene onzachtzaamheid, welke, indien zij bestond, wezenlijk berispelijk zou moeten genoemd worden: het weren namenlijk der laatste overblijfselen der soda, waarmede de portretten gefixeerd worden. Daar buiten genoemden photograaf er geen andere in deze plaats werkzaam is dan ik, is het niet onmogelijk dat de door mij afgeleverde portretten bedoeld worden.
Ten einde mijne begunstigers wegens de door mij vervaardigde portretten gerust te stellen, acht ik mij verplicht hun de stelligste verzekering te geven dat mijne procédés, op eene grondige kennis der scheikunde gevestigd, niets dergelijks te duchten kunnen laten.
De opmerking van den heer Cornelisse moet dus slechts als een ellendig voorwendsel, als een slecht wapen in de hand van een konkurrent beschouwd worden. Mijne photographiën sedert vier jaren vervaardigd, bezitten nog dezelfde kleur van den eersten dag, en ik ben bereid aan diegenen, die portretten uit mijnen atelier kunnen aanbrengen, welke het minste spoor van dergelijke vlakken dragen, f 25 te betalen.
Wanneer een photograflsch portret gedurende twee maanden aan de zon is blootgesteld zonder van kleur te veranderen, mag men verzekerd zijn dat het nooit door eenige vlak zal beschadigd worden. Sedert vijf jaren heeft men het middel gevonden om portretten voor altoos houdbaar te maken.
Heeft de heer Cornelisse die portretten vergeten die, na drie jaren, niet slechts gevlakt maar geheel verdwenen waren?
Geheel de stad zal met mij instemmen dat van den kant van onzen ‘godelijken photograaf’ eene dusdanige aanranding meer onkunde dan iets anders verraadt. Indien het hier niet de geruststelling mijner begunstigers gold, zou ik beter doen mijne schouders op te halen, dan een woord ter neer te schrijven tot wederlegging van zijn onzin.
Tilburg, Mei 1866. K. FESTGE.
Nadat de lastige Cornelisse al snel zijn fotografie praktijk in onze stad stopte dacht een architect die alhier woonde ook een graantje mee te pikken. De uit Brussel afkomstige Jean Baptiste Paul Edouard Fremau startte vanaf december 1866 zijn handeltje aan de Paralelle straat (Spoorlaan). Hij bleef slechts 3 jaar actief, zijn studio werd in 1869 overgenomen door de koopman en tollenaar Charles Jan van Damme.

Festge kreeg in 1866 te horen dat hij zich moet melden voor de dienstplicht in het Pruisisch leger. Maar hij kreeg uitstel en ging in 1867 nog door in een klein atelier in de tuin van Charles Jean van Damme. In augustus 1868 moest hij zijn zaak sluiten en vertrok definitief naar Duitsland. Van Damme zette de activiteiten van Karl voort in zijn achtertuin en beloofde in een krantenbericht nog meer aan de wensen van het publiek te voldoen.
De Tilburger Adriaan van Beurden greep het vertrek van Festge aan om in de Heuvelstraat een fotoatelier te starten. En dat ging gelijk voortvarend, tussen 1868 en 1915 stond half Tilburg voor zijn lens mede dankzij de populariteit van de Carte de Visite. Maar de concurrentie groeide, tussen 1870 en 1900 kwamen voor lange of korte tijd meerdere fotografen in de stad.
Twee foto’s van Karl Festge
Tijdens het online bladeren in het Regionaal Archief Tilburg viel ons oog op twee foto’s die hij rond 1863 en 1865 moet hebben gemaakt.


K.C. Festge, collectie Regionaal Archief Tilburg

We hebben aan Digidoka gevraagd om de foto’s te verbeteren. Een opmerkelijke foto van drie heren die waarschijnlijk niet tot de arbeidersklasse behoorden. Bijzonder is dat Karl Festge de decordragers ook in beeld heeft gelaten op de foto en geen uitsnede heeft gemaakt. Het lijkt wel of er achter het decor iemand op de grond ligt, maar die voeten rechtsonder kunnen ook aan de man met de hoge hoed toebehoren. Dat twee mannen een achtergronddoek vast moeten houden duidt erop dat het geen studio locatie is. Niet geheel duidelijk is waarom de twee geportretteerde heren elkaars hand vasthouden. Of is hij een polsslag aan het voelen? Maar het zouden ook twee geliefden kunnen zijn…

Dit is één van de vroegste foto’s gemaakt door Festge die we kennen. Dat weten we omdat deze meneer Cornelis Wouters op 20 oktober 1863 is overleden. En op deze foto is de in 1783 geboren Cornelis (wol commissionair) nog springlevend. Hij staat nors kijkend op de foto met een hele lange stenen pijp in de hand, een tabakspotje en hoge hoed op tafel. Deze ‘Maatpijpen’ hadden een lengte van 50 cm en werden in een speciaal kistje bewaard. De lange steel koelde de rook waardoor deze aangenamer smaakte.
Bronnen:
Regionaal Archief Tilburg
Delpher
Amsterdam pijpmuseum
RKD
Bovenste foto het pand in de Stationsstraat waarachter de studio van Festge zat.