In dit artikel wil ik jullie kennis laten maken met het fenomeen ‘De Snelfotograaf’ die zijn hoogtepunt kende tussen 1912 en 1925.
De gevestigde fotografen in Tilburg werden in september 1912 verrast door een advertentie van de Amerikaansche Tip Top Photo Company in de Nieuwe Tilburgsche Courant, die de opening aankondigde van hun zaak in de Zomerstraat.

Huub van der Schoot die zijn fotoatelier in dezelfde straat had zal wel wat gevloekt hebben ondanks zijn katholieke achtergrond. Hij vroeg 1 gulden voor 7 portretten, in die tijd een dagloon voor de gemiddelde arbeider. Maar Tip Top adverteerde met maar liefst 12 foto’s voor slechts 0,25 cent. Daarmee werd het laten maken van een foto toegankelijk voor een groot deel van de Tilburgse bevolking.
Laten we eens de termen in de Tip Top advertentie op een rijtje zetten:
- Electrische fotografie
- Enige in Nederland
- Druk op de knop
- Men fotografeert zichzelf
- 12 prachtfoto’s voor 0,25 cent
- Open van 10 uur in de ochtend tot 10 uur in de avond
- Open op zondag
- Foto’s verbleken en verkleuren niet
- Het duurt slechts een halve seconde
- Men mag met meerdere mensen op de foto voor dezelfde prijs
De snelfotograaf
De snelfotograaf was toegankelijk en betaalbaar voor alle rangen en standen. De meeste van die zaken waren filialen van grote internationale (meestal Duitse) bedrijven en bevonden zich op strategische plekken in de drukke steden. In veel gevallen werd er in een al bestaande winkel een hoekje of etage vrij gemaakt waar de fotograaf zijn werk kon doen. Een snelportret laten maken was eigenlijk een stukje vermaak tussen het winkelen door. De portretjes waren door het hele land hetzelfde: je kreeg 12 foto’s op vier stroken van drie, op de foto stond een adres van de fotograaf, een klantnummer en de prijs was altijd 0,25 cent.
Boeren, burgers en buitenlui. Komt hier! Komt hier! Hier heb je het wonder! Hier word je op zijn Amerikaansch gefotografeerd! Heb je een liefje en is ze ver weg, laat je dan hier kieken, zend haar je Amerikaansche foto en ze heeft je altijd bij zich. En daarvoor behoeft je geen kapitalist te zijn; je hebt daarvoor geen groot inkomen nodig; neen, als je een kwartje betaalt, krijg je twaalf maal je eigen physionomie voor niets kadeau. Wat wil je nog meer! Druk op de knop en Gij fotografeert U zelf.
De term snelfotografie slaat meer op het hele proces, het was in veel zaken niet zo dat men na een halve dag de foto kon ophalen. Door de standaardisering van het proces kon men veel mensen in een korte tijd op de foto zetten. Maar daarna moesten de negatieven toch nog met de hand ontwikkeld worden en daar werden dan met behulp van een contactraam en afdrukkast de foto’s van gemaakt. Dus afhankelijk van hoe druk men het had kon de klant soms dezelfde dag de foto’s halen, maar meestal één, twee of wel drie dagen later.
Het hele systeem was gebaseerd op de Sticky Back die de Engelsman Spiridione Grossi had verzonnen. Een foto op postzegelformaat met een plak laag aan de achterkant. Grossi verkocht een licentie voor het fotografieproces aan de Russische fotograaf Abraham Dudkin en via hem ontwikkelde het zich verder. Een paar grote Duitse handelaren zagen hier wel brood in en zo ontstonden bedrijven als de Tip-Top Photo Compagnie en de American Automatic Photo Compagnie. Deze bedrijven openden weer filialen in Duitsland, Nederland, België en Frankrijk. Je begrijpt dat de link naar Amerika verzonnen was. In die tijd vond men alles interessant wat van de andere kant van de oceaan kwam, het was een goede marketingtruc want de kleine foto’s van 3x4cm kregen de naam ‘Amerikaantjes’.
De techniek
We weten ook nu nog weinig over de gebruikte technieken om deze kleine foto’s te produceren. Zelfs de fotohandelaren uit die tijd bleven gissen naar het proces achter deze vorm van fotografie. Vanuit hun onwetendheid waren ze er erg spottend over en werd de snelfotograaf belachelijk gemaakt, want zij waren immers de vakmensen.
FMT vond deze foto van een zogenaamde Multiplikator-camera. Voor de Tip-Top foto’s werd een vergelijkbaar toestel gebruikt. Door het verschuiven van de achterwand kon men meerdere portretten maken op één negatief. We weten dat er geen gebruik werd gemaakt van glasplaten maar lichtgevoelig filmmateriaal.

De klanten werden voor een eenvoudige achtergrond gezet en boven hun hoofd hing een bordje met een nummer en het adres van de Tip-Top zaak. Men wilde in een zo kort mogelijke tijd de foto maken, dus tijd voor afstellen van het statief had men niet, kinderen moesten daarom in veel gevallen op een stoel staan. Nieuw was het gebruik van elektrische verlichting voor zowel de studio als voor het belichten van het fotopapier in een speciale afdrukkast.

Filialen in Tilburg
De Tip-Top Photo Company opende in 1912 een filiaal in de Zomerstraat 1a naast de bekende elektriciteitszaak van Boxtel. Uit een adresboek van Tilburg uit 1911 blijkt dat twee heren Janssens (allebei koopman) en een mevrouw Janssens (winkelierster) in het pand van Zomerstraat 1 zaten. In de eerste advertentie van de Tilburgse TipTop zaak werd ook huisnummer 1 vermeld, later werd dit 1a. Grote kans dat deze drie Janssens het TipTopje via het grote Duitse moederbedrijf naar Tilburg brachten.



In 1914 verhuisde de studio naar de Willem II straat in het pand waar nu het bekende jazzpodium Paradox zit. In hun verhuisadvertentie vermeldden zij expliciet dat ze niets van doen hadden met een zaak van ene weduwe van Vught die de bedrijfsnaam American Automatic TipTop had. Deze weduwe heeft in de Noordstraat nr. 68 gedurende het jaar 1914 de Amerikaantjes gemaakt en verkocht. Daarna verhuisde de studio nog twee keer. Eerst in het pand van een schoenenzaak in de Heuvelstraat en daarna in of boven een slagerswinkel. In 1919 verlaat de snelfotograaf definitief Tilburg, na 1925 was dit fotografisch fenomeen zo goed als verdwenen in Nederland.
Bronnen:
Regionaal Archief Tilburg
De snelfotograaf van Roman Kienjet
stickybacks.uk
Collectie FMT